Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Onder 5.4 Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2972.

6. Ten slotte heeft verweerder er op gewezen dat de twee procedures niet kunnen worden vergeleken, omdat het Openbaar Ministerie beleidsvrijheid heeft om vervolging in te stellen. Volgens verweerder heeft het bestuursorgaan die discretionaire bevoegdheid niet. Eiseres heeft betwist dat dit zo is en er op gewezen dat artikel 19d van de Wav is geformuleerd als een zogenoemde kan-bepaling (de bestuurlijke boete kan worden opgelegd). Ook heeft eiseres gewezen op artikel 5:41 van de Awb waarin staat dat geen bestuurlijke boete wordt opgelegd voor zover de overtreding de overtreder niet kan worden verweten. Voor zover er geen beleidsvrijheid is, is er volgens eiseres dus in ieder geval beoordelingsvrijheid. Nog los van de vraag of een bestuursorgaan beoordelingsvrijheid of beleidsvrijheid heeft bij het opleggen van bestuurlijke boetes, vindt de rechtbank dat dit verschil niet relevant is voor de vraag of sprake is van een gelijk geval in het kader van het verdedigingsbeginsel en het recht op rechtsbijstand. Als het openbaar ministerie gebruik heeft gemaakt van zijn beleidsvrijheid en als het bestuursorgaan gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid is het resultaat hetzelfde: namelijk een punitieve sanctie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19, en de alinea staat in dat document op bytes 14406 tot 15639.