Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017
Onder 4.24. Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3166.
De rechtbank stelt voorop dat het op een individuele vordering toepasselijke nationale recht (het vorderingsstatuut) bepaalt wat de verjaringstermijn is, alsmede het tijdstip van aanvang van de verjaring. Nu de vorderingen betrekking hebben op gedragingen van vóór de inwerkingtreding van de Rome II-Verordening moet het toepasselijk recht worden bepaald aan de hand van de Wet Conflictenrecht onrechtmatige daad (WCOD). Artikel 4 lid 1 WCOD bepaalt dat verbintenissen uit onrechtmatige daad wegens ongeoorloofde mededinging worden beheerst door het recht van het land op welks grondgebied de mededingingshandeling de concurrentieverhoudingen beïnvloedt. Evenals partijen gaat de rechtbank ervan uit dat de marktverstoring heeft plaatsgevonden op de plaats waar vraag en aanbod zijn samengekomen, te weten ter plaatse van de respectievelijke productielocaties van de afnemers (zie 2.8). Partijen hebben deskundige rechtsgeleerde opinies overgelegd met betrekking tot het Spaanse recht, het Finse recht, het Zweedse recht, het Tsjechische recht en het Slowaakse recht. De rechtbank acht zich op de voet van deze opinies voldoende voorgelicht om over deze nationale rechtsstelsels op het terrein van verjaring van rechtsvorderingen te oordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104, en de alinea staat in dat document op bytes 36663 tot 37922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104 | shasum -a 256