Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017
Onder 4.29. Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3166.
Naar Zweeds recht geldt, zo stellen partijen, voor rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op het terrein van het mededingingsrecht met betrekking tot de periode tot in 2005 een verjaringstermijn van vijf jaar. Deze termijn vangt aan op het tijdstip van het einde van het kartel (in februari 2000; zie de overweging hiervoor over de door CDC gestelde nawerking). Dit betekent dat deze termijn is verstreken voordat de afnemers (cedenten van CDC) - in juni 2008 (dan wel juni of oktober 2009) - bekend zijn geworden met het kartel, de mogelijke impact daarvan en de mogelijke schade. Het Europese recht moet echter in het Zweedse nationale rechtsstelsel voldoende effectief zijn. Het betoog van CDC komt erop neer dat de termijn van vijf jaar daarom niet geldt en dat haar vorderingen dan ook bij dagvaarding van 31 mei 2011 tijdig zijn ingesteld. De rechtbank volgt CDC op dit punt niet. Bij de beoordeling van de vraag of het Europese recht bij handhaving van de termijn onvoldoende effectief zou zijn moet ook het tijdstip in aanmerking worden genomen waarop CDC haar vorderingen heeft ingesteld: 31 mei 2011 - ruim tien jaar na het einde van het kartel, bijna drie jaar na het persbericht en bijna twee jaar na publicatie van de samenvatting van de beschikking. Van CDC en de afnemers mag worden verlangd, willen zij zich kunnen beroepen op de regel dat het Europese recht voldoende effectief moet zijn, dat zij zich naar behoren inspanningen getroosten om, nadat zij bekend zijn met het kartel, de mogelijke impact daarvan en de mogelijke schade, onverwijld het noodzakelijke onderzoek in te stellen en de gestelde vorderingen geldend te maken althans de verjaring te stuiten. Hoeveel tijd nodig is, hangt af van de omstandigheden van het geval; in dit geval is een termijn van twee of drie jaar – zonder nadere toelichting, die ontbreekt, voor de werkzaamheden die moesten worden verricht – te lang. Het moet ervoor worden gehouden dat het Europese recht bij een geslaagd beroep van Kemira op verjaring voldoende effectief is nu de afnemers en CDC vanaf juni 2008 althans vanaf juni 2009 hebben stilgezeten ten opzichte van Kemira en CDC eerst op 31 mei 2011 vorderingen heeft ingesteld. Zoals hiervoor is overwogen, hadden CDC en de afnemers kunnen volstaan met een eenvoudige dagvaarding (of stuitingsbrief) waarbij wordt verwezen naar de beschikking; een kwantificering van de gestelde schade (of een uitputtende analyse van hoofdelijkheid of rente) is niet vereist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104, en de alinea staat in dat document op bytes 47985 tot 50480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8dff1ca92597f0eaa9fcfe40c27f533aa30536a9144ed92d18a703c69957104 | shasum -a 256