Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017
Onder 5.3.1. Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3403.
Uit de zogenoemde ‘Salduz-jurisprudentie’ volgt dat een aangehouden verdachte vóór de aanvang van het verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op verhoorbijstand van een raadsman. De verdachte kan uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend, maar in elk geval ondubbelzinnig afstand doen van dat recht (zie HR 22 december 2015, NJ 2016, 52, r.o. 6.3.). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, met de opmerking dat hij geen advocaat heeft gesproken en dat hij het zelf op wil lossen, uitdrukkelijk en ondubbelzinnig afstand gedaan van het recht op bijstand van een advocaat, zodat het verweer reeds daarom verworpen kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84, en de alinea staat in dat document op bytes 14124 tot 14813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84 | shasum -a 256