Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017

Onder 5.3.2. Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3403.

Er is sprake van belediging, zoals strafbaar gesteld in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), wanneer iemands eer of goede naam wordt aangerand. Een van de manieren waarop belediging kan plaatsvinden is in het openbaar (mondeling, bij geschrift of bij afbeelding). Er is sprake van openbaarheid wanneer de uitlating is gedaan in tegenwoordigheid van meerdere mensen. Hieronder wordt ook begrepen het geval dat gebruik wordt gemaakt van Facebookprofielen die voor meer personen toegankelijk zijn (HR 5 juli 2011, NJ 2011, 325). Vereist is voorts dat de dader (voorwaardelijk) opzet heeft op het beledigen en op de persoon van de beledigde. In het geval van openbare belediging moet het (voorwaardelijk) opzet van de dader ook op de openbaarheid zijn gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84, en de alinea staat in dat document op bytes 16361 tot 17143.