Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017

Onder 9.3. Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3403.

Er zijn veel meer reacties aan het adres van aangeefster geweest dan dat er verdachten worden vervolgd. Naar het oordeel van de rechtbank was en is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel, maar dat wil niet zeggen dat dit geen betekenis zou moeten hebben voor de op te leggen straf. Het is een feit dat veel anderen dan de 22 verdachten mogelijk strafbare uitlatingen hebben gedaan op social media, maar hiervoor niet bij de rechter ter verantwoording worden geroepen. De rechtbank kan zich voorstellen dat de verdachten die wel worden vervolgd zich enigszins ‘kop van jut’ voelen. Wat dit betreft hecht de rechtbank eraan om – misschien ten overvloede – op te merken dat iedere verdachte alleen terecht staat voor de uitlating die hij of zij zelf heeft gedaan. Voor de omstandigheid dat er mogelijk duizenden berichten hebben gecirculeerd waarin anderen mevrouw [aangeefster] onheus hebben bejegend geldt hetzelfde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07a39cfedff483740f955cb4726540ec144f5e89aa11d6b4010f2a4d907c1d84, en de alinea staat in dat document op bytes 29218 tot 30162.