Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 mei 2017

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 31 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3839.

De in 3.1 onder I weergegeven vorderingen voor wat betreft ontbinding zijn onder andere gegrond op de stelling dat ABN Amro onjuist advies heeft gegeven voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst omdat Westersingel een product wenste waarbij zij zou worden beschermd tegen een rentestijging en zou profiteren van een rentedaling, terwijl zij een product kreeg waarbij zij een vaste rente betaalde. Het beroep op verjaring van ABN Amro treft ook in dit verband doel. Westersingel heeft immers, zoals in 4.1 is overwogen, bij, althans kort na het sluiten van de renteswap gezien dat zij een product afsloot waarbij zij een vaste rente betaalde. Rechtsvorderingen tot ontbinding op grond van een tekortkoming in de nakoming verjaren door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden (artikel 3:311 lid 1 BW). Gesteld noch gebleken is dat de verjaring is gestuit binnen vijf jaar na 3 juli 2006 zodat de vordering tot ontbinding, voor zover deze al kan worden gebaseerd op een zorgplichtschending in de precontractuele fase, is verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a87b9e3f17b297adb439cad25e11afa93341ada0c7e7fce707d9b9ec1aa45316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a87b9e3f17b297adb439cad25e11afa93341ada0c7e7fce707d9b9ec1aa45316, en de alinea staat in dat document op bytes 23666 tot 24795.