Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 juni 2017

Onder 6.3 Rechtbank Amsterdam 14 juni 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4091.

Op basis van deze feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank dat de gedragingen van de verdachte niet het onmiddellijk gevolg zijn geweest van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding. Voor zover het door hem uitgeoefende excessieve geweld het gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, bestond die gemoedsbeweging immers al vanaf het moment dat verdachte [slachtoffer] en [naam getuige 2] aantrof in de echokliniek. Het dossier biedt geen aanknopingspunten dat verdachte op het moment van de verweten gedraging in een andere gemoedstoestand verkeerde dan op het moment dat hij de echokliniek verliet. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat de gemoedsbeweging van verdachte tijdens de verweten gedraging is veroorzaakt door de aanranding. Verdachte kan bovendien zelf zijn gemoedstoestand op het moment van de verweten gedraging slechts in beperkte mate omschrijven. Hetgeen verdachte hierover verklaart is onvoldoende om aan te nemen dat zijn gemoedstoestand werd veroorzaakt door de aanval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83e6a6f9eb1f71e314b0c4c988d5d98118ab8099398d08b0ba1bf0f8bb5078c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83e6a6f9eb1f71e314b0c4c988d5d98118ab8099398d08b0ba1bf0f8bb5078c9, en de alinea staat in dat document op bytes 22275 tot 23349.