Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4726.
Daartoe stelt hij kort gezegd het volgende. Voor de vaststelling van de status van de onderhavige omzetbelastingschulden in de faillissementen van G&G dient te worden getoetst aan de criteria van het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY6108, NJ 2013/291 (Koot/Tideman)). In dat arrest is uitgemaakt dat uit de Faillissementswet volgt dat boedelschulden slechts die schulden zijn die een onmiddellijke aanspraak geven jegens de faillissementsboedel, (1) hetzij ingevolge de wet, (2) hetzij omdat zij door de curator in zijn hoedanigheid zijn aangegaan, (3) hetzij omdat zij een gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952, en de alinea staat in dat document op bytes 17186 tot 17938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952 | shasum -a 256