Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Onder 3.3. Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4726.
De curator heeft het bedrijf van G&G voortgezet en de verkoop van de verpande voorraden vanuit de winkels vond plaats in het kader daarvan. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de kosten die het gevolg zijn van deze voortzetting boedelschulden zijn en dat geldt dus ook voor de omzetbelasting. Dat de btw niet door de boedel is ontvangen, maakt dat niet anders. Er is geen uitspraak of wet waarin een dergelijk criterium is vermeld voor het ontstaan van een boedelschuld. Ook geldt dat de curator, toen hij besloot om het bedrijf van de gefailleerde voort te zetten, wist dat een btw-schuld zou ontstaan. Daarnaast geldt dat de curator de btw-schuld op zich heeft genomen doordat hij de overeenkomst met Rabobank tot een afwijkende verkoop als bedoeld in artikel 3:251 lid 2 BW heeft gesloten. De beschikking van de voorzieningenrechter van 24 april 2015, waarbij is bepaald dat de voorraden door Rabobank onderhands mochten worden verkocht, maakt niet dat bij de verkoop niet met de instemming van de curator is gehandeld. Ten slotte heeft de curator meegewerkt aan de verkoop doordat hij ermee heeft ingestemd dat het kassa- en betaalsysteem van G&G werd gebruikt en kassabonnen van G&G werden verstrekt waarop de btw was vermeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952, en de alinea staat in dat document op bytes 19587 tot 20841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952 | shasum -a 256