Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017

Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4726.

Ingevolge het bepaalde in artikel 392 Rv kan de rechter op verzoek van partijen of ambtshalve aan de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord nodig is om op de eis te beslissen en indien deze rechtstreeks van belang is voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen waarin dezelfde vraag zich voordoet. Deze situatie doet zich voor: het gaat om een rechtsvraag die voortvloeit uit relatief recente jurisprudentie met betrekking tot de vraag wat boedelschulden zijn (het arrest Koot/Tideman); er bestaat verschil van mening over in de literatuur en er is geen jurisprudentie waaruit een antwoord op de rechtsvraag kan worden opgemaakt; financiers, curatoren en de fiscus worden in de praktijk met enige regelmaat met deze rechtsvraag geconfronteerd; er bestaat daarom maatschappelijke behoefte aan een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad bij die financiers, curatoren en de fiscus; in geschillen omtrent deze rechtsvraag kan sprake zijn van hoge vorderingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952, en de alinea staat in dat document op bytes 22572 tot 23679.