Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Onder 4.4. Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4726.
Moet als boedelschuld worden aangemerkt de omzetbelastingschuld die ontstaat doordat de pandhouder op de voet van artikel 3:251 BW na faillissement van de pandgever overgaat tot onderhandse verkoop en levering aan particulieren en doordat de pandhouder zich (ingevolge het arrest HR 6 mei 1983, NJ 1984/228 (Rentekas)) mede verhaalt op de in de opbrengst begrepen omzetbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952, en de alinea staat in dat document op bytes 24323 tot 24716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db356e1ed1772a4f8e31ec55ea42ed9b52910e202edf256d9c506d5ecc01f952 | shasum -a 256