Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017

Onder 9.9. Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4926.

Aangezien de bevoegdheidsattributie ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat de bevoegdheid moet worden geacht te zijn toebedeeld aan de meest gerede minister. In dit geval is dat de minister van Economische Zaken. De uitvoering van de Verordening ligt op grond van de taakverdeling tussen de minister en verweerder echter bij verweerder . Daarnaast heeft de minister de (inspecteur-generaal van de) NVWA op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2012 de bevoegdheid verleend om handhavend op te treden op het gebied van natuur en milieu. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de omstandigheid dat de NVWA ook in artikel 4 van het Besluit door de Minister is aangewezen als bevoegde autoriteit om handhavend op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d08218d026c573e15b3996c4aa5ad625dae17d29d0a484cb52fb84545b90f64e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d08218d026c573e15b3996c4aa5ad625dae17d29d0a484cb52fb84545b90f64e, en de alinea staat in dat document op bytes 21336 tot 22161.