Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017

Onder 10.2. Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4926.

Eiseres voert aan dat uit stukken van verweerder is gebleken dat een aantal van de genoemde bedrijven niet beschikt over het vereiste stelstel van zorgvuldigheidseisen dat is neergelegd in de Verordening. Eiseres meent dat verweerder met het primaire besluit geen genoegzaam handhavingsbesluit heeft genomen en dat evident relevante stukken, zoals processen-verbaal, gespreksverslagen, correspondentie en waarschuwingsbrieven, door verweerder niet zijn overgelegd. Uit de stukken van verweerder is wel gebleken dat Nailtra, Sneek, Felix Clercx, De Ru, Rodenhuis, Global Wood en Ultimate Wood handelden in strijd met de Verordening. De drie eerstgenoemde bedrijven zouden ook nu nog als marktdeelnemer optreden. Verweerder stelt volgens eiseres ten onrechte dat sprake zou zijn van gebreken met betrekking tot zorgvuldigheidseisen die kunnen worden hersteld. Volgens eiseres is geen sprake van gebreken die kunnen worden hersteld, omdat sprake is van een preventief systeem van zorgvuldigheidseisen, te weten een proactief verificatie- en bewustwordingssysteem waarbij vooraf risico’s worden uitgesloten en waarbij geen sprake hoeft te zijn van onomstotelijk bewijs van illegaliteit. Verweerder miskent dat de onderhavige wettelijke normen zijn gericht op het voorkomen van marktintroductie van partijen hout, waarvan niet vooraf is vastgesteld dat sprake zou zijn van een verwaarloosbaar risico. Nu kan dat niet meer worden aangetoond. De opstelling van de NVWA klemt te meer nu de drie eerstgenoemde bedrijven aantoonbaar doorgaan met de marktintroductie zonder zorgvuldigheidssysteem en ten aanzien van de andere vier bedrijven geen sprake is geweest van een werkelijke handhaving. Nu de Verordening dateert van 20 oktober 2010 en op 3 maart 2013 in werking is getreden, heeft verweerder ten onrechte aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat sprake is van nieuwe wetgeving. Volgens eiseres kan verweerder gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) niet volstaan met een verwijzing naar het door de NVWA vastgestelde handhavingsbeleid. Het beleid komt er in het algemeen op neer dat niet wordt overgegaan tot handhaving middels bestuursdwang en dwangsommen. Verweerder erkent daarmee dat de beginselplicht tot handhaving niet zal worden nageleefd. Tot slot merkt eiseres op dat verweerder in het bestreden besluit niet heeft bevestigd dat er wel tot handhaving over zal worden gegaan wanneer bij herinspectie zou blijken dat de betreffende bedrijven het systeem van zorgvuldigheidseisen nog steeds niet zouden hebben geïmplementeerd. Ook is niet gebleken dat herinspectie inmiddels heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d08218d026c573e15b3996c4aa5ad625dae17d29d0a484cb52fb84545b90f64e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d08218d026c573e15b3996c4aa5ad625dae17d29d0a484cb52fb84545b90f64e, en de alinea staat in dat document op bytes 22446 tot 25133.