Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 juli 2017

Onder 12.3. Rechtbank Amsterdam 18 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5159.

Voor zover eiser stelt dat met zijn stellingen over de verschillen in puntentoekenning een begin van bewijs is geleverd dat er sprake is van vergelijkbare gevallen en het op de weg van verweerder ligt om in die situaties de aanvragen over te leggen, overweegt de rechtbank als volgt. Anders dan eiser stelt is het niet in strijd met het transparantiebeginsel dat verweerder de aanvragen van de andere aanvragers niet heeft overgelegd. Verweerder heeft toegelicht dat de antwoorden op de vergelijkende toetsen op hun eigen merites beoordeeld zijn aan de hand van de op voorhand kenbaar gemaakte beoordelingscriteria. Zo is de regeling ook opgebouwd. Het transparantiebeginsel gaat niet zo ver dat verweerder in deze procedure ten behoeve van eiser ook alle VT-formulieren van concurrerende aanvragers met de daarin door hen aan verweerder verstrekte informatie over hun bedrijfsvoering moet overleggen. Aan de hand van het beoordelingsformulier van eiser kan de eigen score worden nagegaan en op basis van welke elementen deze is berekend. Hiermee kan dus voldoende inzicht worden verkregen in de wijze waarop de aanvraag van eiser door verweerder is beoordeeld, zodat er geen sprake is van strijdigheid met het transparantiebeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ab1eb4735e7e308534cd7a9d51a29ea5358d2d9f2001bed9f75763c31f7945. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ab1eb4735e7e308534cd7a9d51a29ea5358d2d9f2001bed9f75763c31f7945, en de alinea staat in dat document op bytes 59668 tot 60915.