Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 juli 2017
Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 20 juli 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5216.
Voorshands wordt aangenomen dat de bodemrechter bij de uitleg van de SGA en het amendement, als uitgangspunt beslissend gewicht zal toekennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van die bepaling (zie 4.2). Aldus zal de bodemrechter als uitgangspunt nemen dat op gedaagden een zelfstandige en onvoorwaardelijke betalingsverplichting rust. De bodemrechter zal gedaagden echter toelaten tot het leveren van tegenbewijs. Aangenomen wordt dat gedaagden zullen slagen in het bewijs van de feitelijke grondslag van hun hiervoor in 4.3-4.5 vermelde verweren, omdat (i) daarvoor nu al voldoende (in het vorenstaande vermelde) feitelijke aanknopingspunten zijn en (ii) gedaagden een alleszins plausibele en voor de hand liggende grond hebben aangevoerd voor het aangaan van hun hier bedoelde verplichtingen, welke grond impliceert dat die verplichtingen in de concrete omstandigheden van het geval niet zijn ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba8d46b8115fc81e0b072be5f41913beed3083504c85865441a21120a5266449. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba8d46b8115fc81e0b072be5f41913beed3083504c85865441a21120a5266449, en de alinea staat in dat document op bytes 28288 tot 29230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba8d46b8115fc81e0b072be5f41913beed3083504c85865441a21120a5266449 | shasum -a 256