Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 juli 2017

Onder 14.2 Rechtbank Amsterdam 28 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5335.

Het college heeft in het bestreden besluit III geweigerd de begunstigingstermijn te verlengen of op te schorten, omdat [eiser] niet heeft onderbouwd waarom het vinden van een andere woning tot op heden nog niet is geslaagd, dan wel niet lukt binnen de opgelegde begunstigingstermijn. [eiser] stelt dat hij niet (tijdig) vervangende woonruimte kan vinden en wenst in de gelegenheid te worden gesteld het pand te blijven bewonen totdat hij vervangende woonruimte heeft gevonden. Verder sluit [eiser] niet uit dat de rechtbank of de Afdeling alsnog oordeelt dat hij in het pand kan blijven wonen. De rechtbank volgt dit betoog van [eiser] niet. Als uitgangspunt geldt dat de begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. Hiervoor is al overwogen dat de rechtbank de termijn van twaalf maanden in beginsel niet onredelijk acht. In wat [eiser] aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bb5e99d96d270864abd575630de3f3ef29685a0f377583f6684f646dcdb99a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bb5e99d96d270864abd575630de3f3ef29685a0f377583f6684f646dcdb99a4, en de alinea staat in dat document op bytes 20360 tot 21349.