Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5360.

Het verweer dat de omvang van het betalingsverkeer en de vele meldingen over ongebruikelijke transacties het voor ING onmogelijk maken om anders op te treden dan zij heeft gedaan, zoals zij ter comparitie heeft betoogd, wordt niet gevolgd. Niet duidelijk is waarom adequater optreden vanwege de omvang van het betalingsverkeer niet van ING kan worden gevergd. De aan ING verweten onzorgvuldigheid betreft niet dat zij te laat heeft ontdekt dat er met een door haar geadministreerde rekening werd gefraudeerd, maar dat zij onvoldoende voortvarend is opgetreden toen zij (blijkens haar melding bij de FIU) op de hoogte was van potentiele risico’s voor Foot Locker. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de belangen van een door fraude benadeelde derde groot zijn en het instellen van voortvarender onderzoek geen onaanvaardbaar hoge eisen aan ING stelt. ING moet als grootbank in staat worden geacht per omgaande contact met een rekeninghouder op te nemen om navraag te doen naar de ongebruikelijke en omvangrijke geldstromen op diens rekening. Het verwijt dat ING wordt gemaakt is dat zij onvoldoende voortvarend is opgetreden toen zij op de hoogte raakte van de onder 4.4 genoemde omstandigheden, niet dat zij niet eerder van die omstandigheden op de hoogte was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d643214b500e7558721c32fbf0f84ca45edfa23c58d5071011bdb36df13509a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d643214b500e7558721c32fbf0f84ca45edfa23c58d5071011bdb36df13509a, en de alinea staat in dat document op bytes 34254 tot 35534.