Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017

Onder 4.7. Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5360.

De omvangrijke schade waarvan Foot Locker thans van ING vergoeding vordert, is dan ook ontstaan door omstandigheden die mede aan haar kunnen worden toegerekend (artikel 6:101 BW). Daarbij wordt in aanmerking genomen dat sprake was van veel betalingen en van hoge bedragen gedurende meerdere weken. Op het moment van de zorgplichtschending door ING, enkele dagen na 5 februari 2015, waren de betalingen naar de verkeerde rekening al meerdere weken gaande. ING heeft terecht aangevoerd dat van Foot Locker als groot, internationaal opererend bedrijf kan worden verwacht dat zij adequate interne procedures hanteert ter voorkoming van fraude. Indien Foot Locker in 2014 en 2015 zulke procedures zou hebben gehad, had de fraude wellicht kunnen worden voorkomen aangezien dan had kunnen worden opgemerkt dat het verzoek tot wijziging van het rekeningnummer van december 2014 vals was. Maar ook als de fraude niet direct was ontdekt, had deze bij voldoende adequate interne procedures bij Foot Locker na enkele weken redelijkerwijze kunnen zijn opgespoord. Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat partijen in gelijke mate hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade zodat er aanleiding is om de vergoedingsplicht van ING op grond van eigen schuld aan de zijde van Foot Locker te verminderen met 50 procent. De billijkheid vereist naar het oordeel van de rechtbank geen andere verdeling van de schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d643214b500e7558721c32fbf0f84ca45edfa23c58d5071011bdb36df13509a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d643214b500e7558721c32fbf0f84ca45edfa23c58d5071011bdb36df13509a, en de alinea staat in dat document op bytes 36608 tot 38031.