Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017

Onder 2.7. Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:571.

3. [eiser] stelt hiertoe, kort samengevat, dat er geen sprake is van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Hij betwist de in de brief van 22 november 2016 genoemde verwijten. De brief van 30 december 2016 is naar zijn advocaat gestuurd die daar geen toestemming voor heeft gegeven en [eiser] heeft daar ook geen domicilie gekozen. Die heeft daarom geen effect. [eiser] heeft inmiddels een verzoekschrift tot vernietiging van de gedane opzeggingen bij de rechtbank ingediend. In plaats van met [eiser] in gesprek te gaan heeft de stichting contact met de media gezocht en is [eiser] in zijn eer en goede naam aangetast. [eiser] wil doorbetaling van zijn loon en zijn werkzaamheden hervatten. Daarnaast wil hij toegang tot zijn woning. Daarvoor betaalt hij een bedrag aan huur: zijn salaris zou anders € 200,00 netto hoger zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2ee7b2e05433bbff3a52849c8aca5b8d1104262bd4e13b25d0a7f3b95c3816. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2ee7b2e05433bbff3a52849c8aca5b8d1104262bd4e13b25d0a7f3b95c3816, en de alinea staat in dat document op bytes 12243 tot 13125.