Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017

Alinea 53 Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:571.

17. Anders dan [eiser] heeft bepleit, is het niet aannemelijk dat de opzegging van 30 december 2016 zal worden vernietigd omdat daarvoor geen toestemming is gegeven door het UWV. [eiser] bekleedt bij de stichting een geestelijk ambt. In dat geval geldt als uitgangspunt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan opzeggen zonder instemming van de werknemer (zie artikel 7:671 lid 1 en onder f. BW). Dat in de arbeidsovereenkomst in artikel 9 is opgenomen dat de werkgever bij tussentijdse opzegging toestemming van het UWV behoeft maakt dit niet anders. Partijen kunnen in de arbeidsovereenkomst geen rechtsmacht voor het UWV creëren. Het UWV is enkel bevoegd om te beslissen over verzoeken tot opzegging in verband met bedrijfseconomische redenen en langdurig ziekteverzuim, waarvan in het onderhavige geval geen sprake is. Bovendien is thans sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en is van tussentijdse opzegging geen sprake meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2ee7b2e05433bbff3a52849c8aca5b8d1104262bd4e13b25d0a7f3b95c3816. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2ee7b2e05433bbff3a52849c8aca5b8d1104262bd4e13b25d0a7f3b95c3816, en de alinea staat in dat document op bytes 20836 tot 21814.