Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017

Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:645.

Bij verzoekschrift van 1 december 2016 en bij aanvullend verzoekschrift van 16 december 2016 heeft de bewindvoerder verzocht om intrekking van de voorlopig verleende surseance van betaling en het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van Oi Coop. De bewindvoerder acht handhaving van de surseance niet (langer) in het belang van de gezamenlijke schuldeisers van Oi Coop. De bewindvoerder is van mening dat intrekking van de voorlopig verleende surseance van betaling op basis van de navolgende gronden van artikel 242 lid 1 Fw gerechtvaardigd is: (i) er is sprake van kwade trouw in het beheer van de boedel; (ii) Oi Coop tracht en heeft getracht haar schuldeisers te benadelen; (iii) er worden daden van beheer en beschikking ten aanzien van de boedel verricht zonder instemming van de bewindvoerder; (iv) Oi Coop handelt in strijd met wat naar het oordeel van de bewindvoerder in het belang van de boedel moet worden gedaan en (v) handhaving van de surseance is niet langer wenselijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37f92b1fa4829b531ccb2228913bb933ffa25181d5c10997be1c9a461df681c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37f92b1fa4829b531ccb2228913bb933ffa25181d5c10997be1c9a461df681c0, en de alinea staat in dat document op bytes 19244 tot 20251.