Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:646.
Bij verzoekschrift van 1 december 2016 en bij aanvullend verzoekschrift van 20 december 2016 heeft de bewindvoerder verzocht om intrekking van de voorlopig verleende surseance van betaling en het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van PTIF. De bewindvoerder acht, op basis van de huidige feiten en omstandigheden, voortzetting van de surseance niet (langer) verantwoord en in het belang van de gezamenlijke schuldeisers van PTIF. De bewindvoerder is van mening dat intrekking van de voorlopig verleende surseance van betaling op basis van de navolgende gronden van artikel 242 lid 1 Fw gerechtvaardigd is: (i) PTIF maakt zich aan kwade trouw in het beheer van de boedel schuldig; (ii) PTIF tracht haar schuldeisers te benadelen; (iii) PTIF maakt het de bewindvoerder onmogelijk om zijn taak ex artikel 228 Fw uit te oefenen, zodat PTIF dus in strijd handelt met dat artikel; (iv) PTIF laat na om te doen hetgeen naar de mening van de bewindvoerder in het belang van de boedel moet worden gedaan en (v) vanwege de door PTIF en de Oi Groep veroorzaakte vertrouwensbreuk is handhaving van de surseance niet langer wenselijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7, en de alinea staat in dat document op bytes 17837 tot 18982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7 | shasum -a 256