Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:646.
PTIF stelt de bewindvoerder niet, althans niet voldoende, in de gelegenheid om zijn taak, die de bewindvoerder uitoefent in het belang van de gezamenlijke schuldeisers van PTIF, naar behoren uit te oefenen. Voorts laat PTIF na om al hetgeen te doen dat redelijkerwijs noodzakelijk en/of mogelijk is om haar schuldeisers zo veel als mogelijk te bevredigen en hen niet te benadelen. De bewindvoerder is niet overtuigd dat PTIF in staat is om (i) onafhankelijk en objectief overleg te voeren en te (onder)handelen over (onder meer) de nadere invulling van het aangeboden (ontwerp-)RJ akkoord (in zowel Brazilië als Nederland) en (ii) daarbij de belangen van de schuldeisers van PTIF naar behoren te behartigen. PTIF heeft jegens haar schuldeisers een zorgplicht om openheid van zaken te geven, zodat deze schuldeisers kunnen beoordelen of de van hen gevraagde offers (onder het geconsolideerde (ontwerp-)RJ akkoord zouden zij circa 70% van hun vordering prijsgeven) redelijk en noodzakelijk zijn. PTIF is – ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder en een aantal schuldeisers – niet bereid om de bewindvoerder en/of schuldeisers openheid van zaken te geven en houdt ten onrechte relevante informatie achter. De Oi Groep stelt slechts een geconsolideerde lijst van schuldeisers beschikbaar waarin ten onrechte geen enkel onderscheid wordt gemaakt tussen de schuldeisers van de verschillende entiteiten van de Oi Groep, zodat niet inzichtelijk is welke entiteiten van de Oi Groep welke bedragen aan welke schuldeisers zijn verschuldigd. Aldus is sprake van een substantiële en onaanvaardbare informatieasymmetrie. De schuldeisers van PTIF zijn zonder de door PTIF achtergehouden informatie niet in staat om zich een oordeel te vormen over het realiteitsgehalte van de door PTIF voorgestelde sanering van haar schulden (en die van haar groepsmaatschappijen). Schuldeisers en de bewindvoerder van PTIF hebben thans geen, althans onvoldoende, inzicht in de vraag of een akkoord op geconsolideerde basis de beste oplossing voor de schuldeisers van PTIF is. Hierbij is van belang dat de Oi Groep alle intercompany vorderingen, en dus ook de vordering van PTIF op Oi Coop van circa EUR 3,8 miljard en de intercompany vorderingen van Oi Coop op Oi S.A. en Oi Móvel S.A., niet heeft opgenomen op de geconsolideerde lijst van schuldeisers en buiten de afwikkeling van de RJ procedure en daarmee ook buiten de in Nederland voorlopig verleende surseance van betaling van PTIF wil te laten. Ten aanzien van de obligatiehouders is onduidelijk of zowel hun vordering op PTIF als hun vordering op Oi S.A. uit hoofde van de door Oi S.A. in verband met de notes afgegeven garantie is opgenomen op de lijst van schuldeisers, zoals wel zou moeten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7, en de alinea staat in dat document op bytes 21896 tot 24751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7 | shasum -a 256