Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Onder 6.6. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:646.
De verplichte gronden voor intrekking van de voorlopige surseance (artikel 242 lid 1 sub 1 en sub 5 Fw) doen zich niet voor. Er is evenmin aanleiding voor de rechtbank om haar discretionaire bevoegdheid tot intrekking van de surseance aan te wenden. PTIF heeft geen daden van beschikking en beheer verricht zonder instemming van de bewindvoerder. De eerdergenoemde filings van PTIF en/of de Oi Groep betreffen geen rechtsvorderingen met de rechten en verplichtingen van de boedel als onderwerp. Omzetting van de surseance in een faillissement vormt een bedreiging voor de geconsolideerde herstructurering, leidt tot verdere vertraging, heeft mogelijk ingrijpende fiscale gevolgen en kan ertoe leiden dat toezichthouder ANATEL ingrijpt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7, en de alinea staat in dat document op bytes 33093 tot 33876.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7 | shasum -a 256