Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017

Onder 8.11. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:646.

De rechtbank is met de bewindvoerder van oordeel dat (het bestuur van) PTIF hem op enig moment van voldoende informatie moet voorzien om hem in staat te stellen een door PTIF aan haar schuldeisers aan te bieden akkoord te beoordelen en zijn advies uit te brengen aan de schuldeisers als bedoeld in artikel 265 lid 1 Fw. De informatie, waaronder, waar relevant, ook niet-geconsolideerde informatie over de schuldenposities van de diverse vennootschappen van de Oi Groep, moet zodanig tijdig aan de bewindvoerder worden verstrekt dat hij het hiervoor bedoelde advies geïnformeerd kan opstellen. De bewindvoerder heeft – in het licht van het feit dat op dit moment de onderhandelingen over het RJ akkoord nog gaande zijn – echter onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat hij die informatie op dit moment al nodig heeft en dat (het bestuur van) PTIF derhalve op dit moment gehouden is hem de verzochte informatie te verstrekken. Dit geldt mutatis mutandis ook ten aanzien van informatie betreffende de wijze waarop in het (uiteindelijke) RJ akkoord zal worden omgegaan met de intercompany vordering van PTIF op Oi Coop, evenals informatie op grond waarvan kan worden beoordeeld of aan de schuldeisers van PTIF wel voldoende wordt aangeboden omdat zij niet alleen een vordering hebben op PTIF zelf, maar ook een (garantie)vordering op Oi S.A. Dat – zoals de bewindvoerder stelt – PTIF afstand heeft gedaan van haar intercompany vordering op Oi Coop en dat Oi S.A. haar garantieverplichtingen negeert, is nog niet in voldoende mate vast te stellen. Nu de onderhandelingen over het RJ akkoord nog lopen is evenmin vast te stellen dat, zoals de bewindvoerder stelt, van de concurrente schuldeisers (waaronder die van PTIF) wordt verlangd dat zij 70% van hun vorderingen prijsgeven. Op dit moment is het nog te vroeg om te (kunnen) beoordelen of de van de schuldeisers gevraagde offers redelijk en noodzakelijk zijn en of dit aanbod al dan niet beter zal zijn dan wat schuldeisers uitgekeerd zouden krijgen in geval van vereffening binnen een faillissement. In zoverre is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat PTIF op dit moment handelt in strijd met het bepaalde in artikel 242 lid 1 onder 2 Fw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 163941a7b7f8873f6b8f43d8a590e03ab67ccdfa70c5d3a44df2a07ea51933b7, en de alinea staat in dat document op bytes 41785 tot 44104.