Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 september 2017

Onder 4.29. Rechtbank Amsterdam 13 september 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 september 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:6607.

De luchtvaartmaatschappijen lijken het standpunt in te nemen dat Equilib ook (sluitend) bewijs moet leveren van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de personen die namens de shippers de cessiedocumentatie hebben ondertekend. Dit is onjuist en een dergelijke bewijsopdracht is tijdens de regiezitting van 22 juni 2016 ook niet gegeven. Immers, zoals Equilib terecht heeft aangevoerd, slechts de cedent zou zich in voorkomend geval tegenover de cessionaris (Equilib) kunnen beroepen op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Als de cedent dat niet doet, omdat hij (kennelijk) gebonden wil zijn, kan de debitor cessus (de luchtvaartmaatschappij) niet zelfstandig de geldigheid van de cessie betwisten op de grond dat hij twijfels heeft over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Zoals hiervoor is overwogen, is van belang dat de debitor cessus (en de rechtbank) op basis van de documentatie kan vaststellen dat de cedent en cessionaris daadwerkelijk hebben beoogd om de vordering(en) over te dragen en zullen de luchtvaartmaatschappijen met concrete aanwijzingen moeten komen dat de cedent niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd of de cessie niet heeft gewild. Bij de beoordeling van de waaier van ‘gebreken’ die de luchtvaartmaatschappijen naar eigen zeggen in 800 gevallen hebben kunnen vinden in de door Equilib in het geding gebrachte bevoegdheids-documentatie stelt de rechtbank voorop dat de luchtvaartmaatschappijen geen enkele concrete aanwijzing hebben gegeven waaruit is af te leiden dat de shippers zich niet gebonden achten aan de cessies. Verder is niet gesteld of gebleken dat ook maar één shipper van wie de vorderingen onderwerp zijn van deze procedures zich bij de luchtvaartmaat-schappijen heeft gemeld met een aanspraak op schadevergoeding of zich (ook) heeft aangesloten bij een ander ‘litigation vehicle’. Een groot aantal shippers heeft bovendien Annexen of PoA’s getekend, waarin wordt verwezen naar de cessiedocumentatie en waaruit blijkt dat sprake was van vertegenwoordigingsbevoegdheid, althans van de wens om gebonden te zijn aan de cessie. Bij twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid hadden de luchtvaartmaatschappijen bovendien ook zelf contact kunnen opnemen met de betreffende shippers, maar dat hebben zij kennelijk niet gedaan. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat gebreken in de bevoegdheidsdocumentatie in beginsel niet tot ongeldigheid van de cessies kunnen leiden, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de cedent niet aan de cessie gebonden wenst te zijn. Tegen deze achtergrond worden de diverse categorieën van de door de luchtvaartmaatschappijen gevonden ‘gebreken’ beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c55b5ae45c383e7d1bbe95c0a18263f6433e3adf1a4b460266bfb11e5f13f0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c55b5ae45c383e7d1bbe95c0a18263f6433e3adf1a4b460266bfb11e5f13f0b, en de alinea staat in dat document op bytes 164904 tot 167588.