Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 oktober 2017
Onder 9.3. Rechtbank Amsterdam 12 oktober 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7618.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft meermaals overwogen dat het begrip “privéleven” zich niet voor een uitputtende definitie leent. Uit de sterk casuïstische jurisprudentie kan in de eerste plaats worden afgeleid dat het begrip privéleven niet te beperkt moet worden opgevat. Artikel 8 EVRM beschermt niet alleen activiteiten in privéruimten (thuis), maar kan ook andersoortige activiteiten daarbuiten beschermen. Er kan dus ook in publieke ruimtes (zoals bij het parkeren op straat) sprake zijn van schending van het recht op privéleven. Aan de andere kant levert niet ieder optreden van de overheid dat het privéleven raakt een “inmenging” op. Zo vormen waarnemingen in de publieke ruimte op zichzelf geen “inmenging”, ook niet als die waarnemingen plaatsvinden met behulp van apparatuur zoals camera’s. Bijzondere omstandigheden kunnen dat anders maken, bijvoorbeeld indien de waarnemingen systematisch worden opgeslagen en bewerkt, zoals in het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f692ef05bf77d4a2fcdbbfc110fbb4e3134529fe577ddcbb0937bfa668cccbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f692ef05bf77d4a2fcdbbfc110fbb4e3134529fe577ddcbb0937bfa668cccbd, en de alinea staat in dat document op bytes 14139 tot 15415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f692ef05bf77d4a2fcdbbfc110fbb4e3134529fe577ddcbb0937bfa668cccbd | shasum -a 256