Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2017

Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:807.

In deze zaak wordt verdachte verweten dat hij elektronische aangifteformulieren inkomstenbelasting heeft opgemaakt en vervolgens heeft ingediend. Deze elektronische aangiften zijn opgemaakt met het enige doel om deze bij de Belastingdienst in te dienen. Het valselijk opmaken van deze aangiften ging noodzakelijkerwijs vooraf aan het gebruik maken daarvan door deze onjuiste aangiften, nota bene met één druk op de knop, bij de Belastingdienst in te dienen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het in dit geval gaat om ten laste gelegde gedragingen die volledig met elkaar samenvallen, zodat er grond bestaat om ten opzichte van het als tweede alternatief cumulatief ten laste gelegde artikel 225, eerste lid, Sr specialiteit van de Awr aan te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8494307556e2ae9b5f760c9dca400b739d521b22ee10f8a2d970c3b58eedd22b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8494307556e2ae9b5f760c9dca400b739d521b22ee10f8a2d970c3b58eedd22b, en de alinea staat in dat document op bytes 18728 tot 19499.