Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 december 2017

Onder 5.4. Rechtbank Amsterdam 6 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9875.

Het ontslag op staande voet is een ultimum remedium, dat, gelet op de verstrekkende gevolgen ervan, slechts bij uitzondering mag worden gegeven. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende reden en in de zin van lid 1 van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag óf van zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/905e17c572f6671518695321dd65be6feeec35aaaeb166a7caf2e1553d40e465. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 905e17c572f6671518695321dd65be6feeec35aaaeb166a7caf2e1553d40e465, en de alinea staat in dat document op bytes 28355 tot 29388.