Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 december 2017
Alinea 125 Rechtbank Amsterdam 8 december 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9966.
31. Tenslotte: de kantonrechter wenst jegens de gemachtigde van [naam verweerder] op te merken dat de omvang en ondoorzichtigheid van het verweerschrift niet behulpzaam is gebleken bij de behandeling van de zaak. Voorts realiseert de kantonrechter zich dat deze uitspraak afwijkt van haar voorlopig oordeel ter zitting van 4 oktober 2017 en de uitkomst is van voortschrijdend inzicht en verdere verdieping van het debat. De aanhouding na de zitting van 4 oktober 2017 was – zo blijkt ook uit het proces-verbaal- bedoeld om partijen de gelegenheid te geven een minnelijke regeling te beproeven. En niet om, op basis van het gegeven voorlopig oordeel, alvast “bewijs” te gaan verzamelen vooruitlopend op een nog niet gegeven bewijsopdracht. Jegens de betrokken studenten betreurt de kantonrechter deze gang van zaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67, en de alinea staat in dat document op bytes 75148 tot 75982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67 | shasum -a 256