Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Onder 1.11. Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9966.

[naam verweerder] reageert op 3 oktober 2015 op dit verslag per e-mail als volgt: “(…)Ik ben het namelijk nog steeds niet eens met de stelligheid waarmee het beschreven wordt. Met name de volgende zinnen: ‘Er is manager van verschillende kanten ter ore gekomen dat [naam verweerder] zich naar studenten soms ongepast opstelt. Het gaat hierbij onder meer om het uiten van seksueel getinte opmerkingen en toespelingen. Bovendien heeft [naam verweerder] innige omhelzingen en wordt er gezoend.’ Om recht te doen aan de student, maar ook aan mij, lijkt mij de volgende formulering geschikt: ‘…dat studenten ervaren dat [naam verweerder] zich ongepast opstelt. Opmerkingen worden als ongepast ervaren en er zijn innige omhelzingen. [naam verweerder] betreurt dit. Hij is er stellig van overtuigd dat hij geen seksueel getinte opmerkingen maakt, en vindt het heel vervelend als iemand zich onheus bejegend voelt. Dat mag nooit het geval zijn."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67, en de alinea staat in dat document op bytes 20188 tot 21267.