Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Alinea 82 Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9966.

6. HvA baseert de verzochte ontbinding primair op de e-grond: [naam verweerder] heeft verwijtbaar gehandeld of nagelaten zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. HvA legt hieraan ten grondslag: -de verklaringen van studenten [naam studente 1] , [naam studente 2] , [naam studente 3] , [naam studente 4] , [naam studente 5] , [naam studente 6] en een anonieme student; -de verklaringen van [naam 2] , [naam tweede beoordelaar] , [naam praktijkbegeleidster] , [naam 1] en [naam opleidingsmanager 1] ; -de onderzoeksresultaten van de Commissie [naam onderzoeker 2] ; -het feit dat [naam verweerder] in oktober 2015 is gewaarschuwd voor zijn gedrag, en dat hij sindsdien seksueel intimiderend, althans ongepast gedrag is blijven vertonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67, en de alinea staat in dat document op bytes 48170 tot 49037.