Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Alinea 90 Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9966.

10. Resumerend: de verklaringen van [naam studente 1] , [naam studente 4] , en [naam studente 5] worden gemotiveerd en gedocumenteerd door [naam verweerder] betwist (punt 165 tm 234 verweerschrift ten aanzien van [naam studente 1] , punt 275 tot en met 278 ten aanzien van [naam studente 3] en in de pleitnota ter zitting van 4 december 2017 ten aanzien van [naam studente 5] ). De kantonrechter ziet in dat het voor de betrokken studenten én voor [naam verweerder] wellicht onbevredigend is dat de feitelijke juistheid van de verklaringen niet is komen vast te staan. In het kader van deze procedure is bewijslevering evenwel niet nodig, omdat ook indien kom vast te staan dan [naam verweerder] de gestelde gedragingen heeft begaan, deze niet thans nog tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen leiden, tegen de achtergrond van langjarige bekendheid met de klachten aan de zijde van de HvA , het niet confronteren van [naam verweerder] met de concrete klacht van [naam studente 1] in 2012/2013 en het gesprek dat op 2 oktober 2015 heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67, en de alinea staat in dat document op bytes 54272 tot 55395.