Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Alinea 94 Rechtbank Amsterdam 8 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9966.

13. Mede in het licht van het in oktober 2015 met hem gevoerde gesprek, had [naam verweerder] als gewaarschuwd mens de hiervoor genoemde gedragingen en opmerkingen achterwege moeten laten. Dat hij dit niet heeft gedaan, is laakbaar, maar levert naar het oordeel van de kantonrechter geen ontbinding op wegens verwijtbaar handelen of nalaten van dien aard, dat van de werkgever redelijkerwijs geen voortzetting van de arbeidsovereenkomst verlangd kan worden. Daarbij speelt een rol dat [naam studente 2] in haar eerste correspondentie heeft aangegeven dat zij de opmerking van [naam verweerder] tijdens haar stage voortgangsgesprek heeft opgevat als een (zij het misplaatste) “grap”, en dat uit haar e-mail niet blijkt dat zij dit als intimiderend of beangstigend heeft ervaren. Een berisping, of desnoods een tijdelijke schorsing, waren passende maatregelen geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb463c2600666519ec279e8f3b013d613f80666b1d8a6e1674500f3acee0a67, en de alinea staat in dat document op bytes 58689 tot 59573.