Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 maart 2018

Onder 4.20. Rechtbank Amsterdam 28 maart 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1914.

Opmerking verdient dat, als het risico dat aldus persoonsgegevens met betrekking tot derden te goeder trouw (bestaande schuldeisers van [naam vennootschap 1] ) zouden worden prijsgegeven, voldoende reëel zou zijn, de voorzieningenrechter een onafhankelijke en deskundige derde die een geheimhoudingsplicht heeft, als vertrouwenspersoon had benoemd. Deze zou dan tot taak hebben gekregen de bezwaren die tegen de in zoverre verlangde afgifte of inzage naar voren zouden worden gebracht door de bank, voorlopig te beoordelen. Voorshands lijkt dit echter een nodeloos zware procedure. Er mag op worden vertrouwd dat, als de bank bepaalde overboekingen om de genoemde reden niet zou willen vermelden, partijen dienaangaande in onderling overleg een regeling kunnen treffen. Voor het geval zij daarin niet zouden slagen, zou ten aanzien van deze specifieke posten een executiegeding aanhangig kunnen worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87e78ebbb6cc8388649e3017ee9623bf71afdaf7215ae6348ac748fed8d029b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87e78ebbb6cc8388649e3017ee9623bf71afdaf7215ae6348ac748fed8d029b0, en de alinea staat in dat document op bytes 32025 tot 32949.