Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 april 2018
Onder 5.1. Rechtbank Amsterdam 3 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2005.
De rechtbank stelt vast dat eiser zijn aanvraag van 24 maart 2017 zowel per post als per e-mail heeft ingediend. Op 23 juni 2017 - dus binnen de termijn van dertien weken na ontvangst van de aanvraag - heeft verweerder eiser medegedeeld dat de beslistermijn met acht weken wordt verlengd. Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt dat de gemachtigde van eiser op 23 juni 2017 per e-mail op de hoogte is gesteld van de verlenging van de beslistermijn en daarnaast heeft verweerder deze beslissing diezelfde dag bekend gemaakt op de website van de gemeente Amsterdam. Ter zitting is echter door eiser gesteld dat hij nimmer op de wijze als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de Awb, kenbaar heeft gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is. Gelet hierop is de verzending per post van belang. Eiser heeft in beroep een envelop met een poststempel van 7 juli 2017 overgelegd, waarin naar zijn zeggen de schriftelijke mededeling van de verlenging van de beslistermijn van 23 juni 2017 zat. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze mededeling eerder dan 7 juli 2017 per post aan eiser is verzonden. Dit leidt tot de conclusie dat eiser na het verstrijken van de beslistermijn op de hoogte is gebracht van de verlenging van die termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c97cd67ff8af3c59e69eff7e4d8460d43eade02280cb66e28a498ef994a52d26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c97cd67ff8af3c59e69eff7e4d8460d43eade02280cb66e28a498ef994a52d26, en de alinea staat in dat document op bytes 10035 tot 11313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c97cd67ff8af3c59e69eff7e4d8460d43eade02280cb66e28a498ef994a52d26 | shasum -a 256