Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 april 2018

Onder 12.3. Rechtbank Amsterdam 3 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2005.

14. De rechtbank overweegt dat uit de onder 8 genoemde, onherroepelijke uitspraak van 7 november 2017 van de rechtbank blijkt dat de woonboot van eiser vanaf 1979 ligplaats inneemt op de locatie [adres 1] . Tot 16 april 2014 werd ervan uitgegaan dat woonboten geen bouwwerk in de zin van de Wabo zijn. Nadat de Afdeling in de uitspraak van 16 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1331) heeft geoordeeld dat woonboten, als deze bestemd zijn om ter plaatse te functioneren, als bouwwerk in de zin van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo moeten worden aangemerkt heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op 1 juli 2014 het “Gedoogkader woonboten” vastgesteld. Op 31 maart 2015 heeft het college het Gedoogkader woonboten geactualiseerd en uitgebreid met bedrijfsvaartuigen die al dan niet zelfstandig kunnen varen. Het Gedoogkader woonboten en bedrijfsvaartuigen 2015 houdt in dat alle bestaande woonboten en bedrijfsvaartuigen die bedoeld zijn om ‘ter plaatse te functioneren’ in stand gehouden mogen worden zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c97cd67ff8af3c59e69eff7e4d8460d43eade02280cb66e28a498ef994a52d26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c97cd67ff8af3c59e69eff7e4d8460d43eade02280cb66e28a498ef994a52d26, en de alinea staat in dat document op bytes 19103 tot 20230.