Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2018
Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 16 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2444.
4. [verweerder] heeft aangevoerd, samengevat en zakelijk weergegeven, dat hij een blinde, oudere man is die slechts mondjesmaat hulp krijgt van zijn omgeving. [verweerder] wist niet van het verstekvonnis noch van het beslag op zijn pensioen. [verweerder] kwam pas achter het bestaan van het verstekvonnis toen de gemachtigde van Menzis op 25 oktober 2017 stukken mailde aan de gemachtigde van [verweerder] . [verweerder] meent dat de verzetstermijn voor hem pas hoort te gaan lopen toen hij op 25 oktober 2017 erachter kwam dat er een verstekvonnis was. Pas vanaf dat moment kon hij zich adequaat tegen het vonnis verzetten. Het onverkort toepassen van artikel 143 lid 3 jo. 144 sub b Rv maakt een dusdanige inbreuk op zijn recht zich tegen het verstekvonnis te verzetten dat aan het beroep op deze artikelen voorbij dient te worden gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95d903fade4057845a36b37ca6e12c908b70ddd475d0597c4c2d3b3d3a3dda2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95d903fade4057845a36b37ca6e12c908b70ddd475d0597c4c2d3b3d3a3dda2d, en de alinea staat in dat document op bytes 9414 tot 10281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95d903fade4057845a36b37ca6e12c908b70ddd475d0597c4c2d3b3d3a3dda2d | shasum -a 256