Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Onder 4.17. Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2476.

De vraag of een (rechts)persoon als eiser ontvankelijk is in een procedure in Nederland wordt beheerst door regels van Nederlands burgerlijk procesrecht. De vraag of de Stichting als 305a-organisatie (haar ‘eerste hoedanigheid’) ontvankelijk is, moet derhalve op de voet van artikel 10:3 BW (ook) worden beoordeeld naar Nederlands recht (de lex fori processus). Zo heeft ook het gerechtshof Den Haag geoordeeld in zijn arrest van 18 december 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2015:3586, [partij] /Shell). Dat partijen het erover eens zijn dat de vorderingen die de Stichting in deze procedure instelt (en die zijn gebaseerd op onrechtmatige daad) inhoudelijk moeten worden beoordeeld naar Ivoriaans recht, is voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de Stichting niet relevant. Voor deze beoordeling is – anders dan Trafigura c.s. betoogt – evenmin relevant of de Stichting naar Ivoriaans (proces)recht bevoegd is om in rechte op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbfb985b5b4cff03112dafdd6df8e1b6865ca7d9261cee49115e4f3b7208b72c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbfb985b5b4cff03112dafdd6df8e1b6865ca7d9261cee49115e4f3b7208b72c, en de alinea staat in dat document op bytes 90373 tot 91328.