Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Onder 4.34. Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2476.

De Stichting heeft in dit verband aangevoerd dat de door Trafigura naar voren gebrachte twijfels over de adequate belangenbehartiging in de kern zien op de fase na toewijzing van de in deze procedure gevraagde verklaringen voor recht en in deze procedure geen, althans een ondergeschikte, rol zouden moeten spelen in het kader van de ontvankelijkheidstoets. Zij stelt dat een eventuele schikking via een WCAM-procedure aan de rechter (het gerechtshof Amsterdam) zal worden voorgelegd. Bij de behandeling van een verzoek tot verbindendverklaring van een mogelijke collectieve schikking zal het gerechtshof de redelijkheid en de wijze van berekening van de individuele schadevergoedingen toetsen. Het gerechtshof zal in dat kader eveneens toetsen of de daadwerkelijke uitbetaling van de schadevergoeding (rechtstreeks) aan de in aanmerking komende slachtoffers en op adequate en controleerbare wijze kan worden uitgevoerd. Volgens de Stichting geldt in het kader van de ontvankelijkheidstoets van artikel 3:305a BW een lichte(re) maatstaf ten aanzien van de adequate belangenbehartiging. De Stichting heeft genoegzaam toegelicht dat zij aan deze lichtere toets voldoet, evenals zij aan de zwaardere toets in het kader van een mogelijk toekomstig WCAM-verzoek zal voldoen, aldus de Stichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbfb985b5b4cff03112dafdd6df8e1b6865ca7d9261cee49115e4f3b7208b72c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbfb985b5b4cff03112dafdd6df8e1b6865ca7d9261cee49115e4f3b7208b72c, en de alinea staat in dat document op bytes 111392 tot 112733.