Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Onder 8.3. Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504.

Uit het dossier volgt ook dat ten aanzien van concrete berichten sprake is geweest van meldingen van een mogelijk vertrouwelijk bericht. Bij de beoordeling door de rechercheofficier is uiteindelijk de keuze gemaakt dat die berichten wel in het dossier gevoegd mochten worden. Daarbij speelde voor het Openbaar Ministerie kennelijk een rol dat de doorgestuurde berichten zelf niet zijn verstuurd tussen verschoningsgerechtigden. Het Openbaar Ministerie verkeerde in de veronderstelling dat de inhoud van deze berichten daarmee niet langer onder het verschoningsrecht viel. Dat is een verkeerde inschatting geweest, maar daaruit valt niet af te leiden dat de belangen van verdachte bewust zijn geschonden of op grove wijze zijn veronachtzaamd. Hetzelfde geldt voor het voegen in het dossier van de in de telefoon van [getuige 1] aangetroffen notitie, waarvan niet duidelijk is of deze de advocaat heeft bereikt. Gelet daarop leidt dit vormverzuim niet tot de consequentie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11, en de alinea staat in dat document op bytes 96113 tot 97164.