Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Onder 10.3. Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504.

Uit het proces-verbaal van de aanvraag blijkt niet dat sprake is geweest van misleiding. In het proces-verbaal wordt slechts gesproken over een vermoeden dat [getuige 1] een geldbedrag heeft overgedragen aan [naam 3] . Bovendien was dat vermoeden bij de stand van zaken op dat moment gerechtvaardigd. Pas nadat [getuige 2] op 16 februari 2017 bij de rechter-commissaris was gehoord, ontstond het vermoeden dat [getuige 1] geld van [naam 3] had ontvangen. Van misleiding of een vormverzuim is daarom geen sprake. Er bestaat daarom ook geen aanleiding om de resultaten van de telefoontap van het bewijs uit te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11, en de alinea staat in dat document op bytes 114765 tot 115429.