Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Onder 11.3. Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504.

Met betrekking tot feit 1 stelt de rechtbank voorop dat de redelijke termijn op 5 oktober 2012 is aangevangen. De politie wilde verdachte die dag horen over het geld dat hij bij zich had en heeft hem daarover confronterende vragen gesteld. Een inhoudelijk verhoor vond toen niet plaats, omdat verdachte eerst zijn advocaat wilde spreken. Vanaf dat moment kon verdachte in redelijkheid verwachten dat het Openbaar Ministerie hem ter zake van witwassen zou gaan vervolgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11, en de alinea staat in dat document op bytes 117650 tot 118197.