Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 april 2018
Onder 13.4.2. Rechtbank Amsterdam 19 april 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504.
De rechtbank leidt uit deze bevindingen het volgende af. [getuige 1] gaat op 5 november 2015 naar verdachte, die op dat moment in Ierland is, en die zij kent als [naam 7] . Hij heeft haar gevraagd of zij geld voor hem wil meenemen. Op 4 november 2015 spreken [naam 3] en [naam 5] om 18.30 uur bij het station in Eindhoven af met [getuige 1] en daar ontvangt [getuige 1] 3.000 euro om mee te nemen voor verdachte. Vlak voordat [naam 3] en [naam 5] [getuige 1] zien, schrijft [naam 3] een onafgemaakt conceptbericht aan ‘ [bijnaam 3] ’, de naam waaronder [gebruiker 1] in de telefoon van [naam 3] staat opgeslagen, waaruit blijkt dat [gebruiker 1] op de hoogte is van het feit dat ze een afspraak met [getuige 1] hebben. Omdat het geld dat aan [getuige 1] wordt gegeven, voor verdachte bestemd is, ziet de rechtbank in deze omstandigheden een aanwijzing dat [naam 3] het conceptbericht wilde versturen aan verdachte. Daarmee is deze geldtransactie een eerste aanwijzing dat verdachte de gebruiker is van het [gebruiker 1] ‑e-mailadres.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11, en de alinea staat in dat document op bytes 137690 tot 138742.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11 | shasum -a 256