Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Onder 13.4.2. Rechtbank Amsterdam 19 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504.

Op 5 oktober 2016 is de woning van de moeder van verdachte doorzocht. Daarbij werd een doos met persoonlijke documenten op naam van verdachte aangetroffen. De documenten hebben onder meer betrekking op een eerdere detentieperiode van verdachte in 2001-2003. Bij de documenten zaten enveloppen die geadresseerd waren aan verdachte, met daarin brieven van [naam 3] . De aanhef van de brieven is ‘ [bijnaam 3] ’ en de schrijver spreekt de geadresseerde herhaaldelijk aan met ‘ [bijnaam 3] ’. Ook werd een brief aangetroffen van de afzender [afzender] en gericht aan ‘ [verdachte] ’. In die brief lijkt de schrijver ook meerdere keren de term ‘ [bijnaam 3] ’ te gebruiken om ‘ [verdachte] ’ aan te duiden. Ook is een brief aangetroffen van [afzender] aan ‘ [bijnaam 3] ’. In die brief wordt de geadresseerde meerdere keren aangesproken als ‘ [bijnaam 3] ’ of ‘ [verdachte] ’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d7aeb6ab8159c5c330ed2b89026e2513676aa3a852a293d0f84a0a1fb86f11, en de alinea staat in dat document op bytes 139277 tot 140257.