Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 februari 2018
Onder 2.2.2 Rechtbank Amsterdam 26 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2546.
Ten tweede wordt aangevoerd dat de wettekst voldoende duidelijk is. In het tussenvonnis is echter uiteengezet dat en waarom niet boven redelijke twijfel is verheven hoe artikel 6:265 BW dient te worden uitgelegd. De advocaat van Eigen Haard heeft voorts opgemerkt dat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat om aan de wettekst, die helder is, te (willen) morrelen. Aldus wordt over het hoofd gezien dat uitleg van een wettekst niet zonder meer samenvalt met vaststelling van de letterlijke betekenis van de formulering daarvan en dat het tot de kern van de rechtelijke taak behoort om de wet uit te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8acfeba16dd984d44375afbe7ad545ff993a675b424d8d9f15e02e4ef624a947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8acfeba16dd984d44375afbe7ad545ff993a675b424d8d9f15e02e4ef624a947, en de alinea staat in dat document op bytes 8765 tot 9414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8acfeba16dd984d44375afbe7ad545ff993a675b424d8d9f15e02e4ef624a947 | shasum -a 256