Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 januari 2018

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 31 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:303.

Het voorgaande laat onverlet dat op grond van de privaatrechtelijke (bijzondere) zorgplicht meer gevergd kan worden van ING. Wat in dat verband precies gevergd wordt is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. In het onderhavige geval is van belang dat [eiseres] (met een geconsolideerd balanstotaal van indertijd meer dan € 21 miljoen en een eigen vermogen van circa € 4,5 miljoen) in civielrechtelijke zin als een grote professionele partij kwalificeert – niettegenstaande het feit dat dit voor wat betreft de Wft niet het geval is –, dat zij bij het afsluiten van de renteswap is bijgestaan door externe adviseurs en dat zij zelf, in verband met kredieten van haar leveranciers, heeft aangedrongen op een afdekking voor een hoger bedrag dan het bedrag dat ING variabel rentend aan haar ter beschikking stelde. De later eventueel ontstane overhedge is daarmee niet aan ING toerekenbaar. Onder die omstandigheden kon van ING niet meer gevergd worden dan zij heeft gedaan, namelijk het informeren van [eiseres] over de essentiële kenmerken van de renteswap en het vaststellen of [eiseres] over voldoende kennis over en ervaring met renteswaps beschikte. Van een zorgplichtschending is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32be8762e0be0a127b7023e8bbe10271dd69b099d9682a8ed27458a92704196a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32be8762e0be0a127b7023e8bbe10271dd69b099d9682a8ed27458a92704196a, en de alinea staat in dat document op bytes 37005 tot 38277.