Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018

Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3203.

Heineken c.s. legt het volgende aan haar primaire incidentele vorderingen ten grondslag. Artikel 8 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis-Vo) biedt, anders dan MTB meent, geen grond voor de rechtbank om rechtsmacht aan te nemen ten aanzien van de vorderingen tegen AB . Tussen de vorderingen tegen Heineken en de vorderingen tegen AB bestaat geen nauwe band in de zin van de Brussel I bis-Vo. Heineken en AB bevinden zich in een andere situatie feitelijk en rechtens. Bovendien was voor AB in het geheel niet voorzienbaar dat MTB haar zou oproepen voor de rechtbank in Amsterdam. Ten slotte levert de kunstmatige constructie van een niet-bestaande vordering tegen Heineken misbruik van (proces)bevoegdheid op. De vordering tegen Heineken is enkel ingesteld om een forum te creëren. Deze vordering is onvoldoende onderbouwd en moet reeds daarom worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9, en de alinea staat in dat document op bytes 20335 tot 21424.