Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3203.
In het bevoegdheidsincident is de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak jegens AB . Heineken c.s. betoogt dat de Nederlandse rechter ten aanzien van zowel vordering A als vordering B in de hoofdzaak tegen AB rechtsmacht ontbeert. Anders dan MTB stelt, kan derhalve geen rechtsmacht worden aangenomen ten aanzien van vordering A in de hoofdzaak omdat AB zou zijn verschenen zonder de bevoegdheid ten aanzien van die vordering te betwisten (vgl. artikel 26 Brussel I bis-Vo).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9, en de alinea staat in dat document op bytes 23246 tot 23811.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9 | shasum -a 256